Hoogbegaafdheid testen bij kinderen

Hoogbegaafdheid is meer dan een hoog IQ

Hoogbegaafdheid wordt vaak beschreven aan de hand van kenmerken als snel leren, een sterke woordenschat, een brede interesse of diep nadenken. Deze kenmerken kunnen herkenbaar zijn, maar vertellen op zichzelf nog niet of een kind hoogbegaafd is.

Hoogbegaafdheid gaat voor mij niet alleen over wat een kind cognitief kan. Het gaat ook over hoe een kind denkt, leert, waarneemt en zich ontwikkelt, en over de wisselwerking tussen het kind en zijn omgeving.

Een kind kan cognitief ver vooruit zijn en tegelijkertijd op andere gebieden nog volop in ontwikkeling zijn. Ook kan een kind zijn mogelijkheden niet vanzelfsprekend laten zien. Het kan zich aanpassen, onderpresteren, onzeker worden of juist vastlopen wanneer de omgeving onvoldoende aansluit.

Daarom kijk ik bij vragen rondom hoogbegaafdheid altijd verder dan een IQ-score of een lijst met kenmerken.

Wanneer ontstaat de vraag naar hoogbegaafdheid?

De vraag of een kind hoogbegaafd is, ontstaat vaak wanneer ouders of school merken dat de ontwikkeling of het functioneren niet helemaal verklaart wat er wordt gezien.

Misschien leert je kind opvallend snel, stelt het veel vragen of heeft het een sterke behoefte aan complexiteit en verdieping. Maar het kan ook juist gaan om een kind dat weinig laat zien op school, weinig motivatie lijkt te hebben of thuis veel spanning laat zien.

Soms ontstaat de vraag na een gesprek met school. Soms omdat een kind vastloopt. En soms is er simpelweg het gevoel dat het huidige beeld van het kind niet helemaal klopt.

Bijvoorbeeld:

  • Je kind lijkt meer aan te kunnen dan het op school laat zien;
  • Prestaties wisselen sterk, zonder dat duidelijk is waarom;
  • Je kind verliest snel motivatie wanneer de stof weinig uitdaging biedt;
  • Er is sprake van perfectionisme of een sterke angst om fouten te maken;
  • Je kind denkt veel na, stelt complexe vragen of is sterk gericht op betekenis en logica;
  • Je kind voelt zich anders dan leeftijdsgenoten of vindt moeilijk aansluiting;
  • Er is een groot verschil tussen wat je kind cognitief kan en wat het emotioneel of praktisch aankan;
  • Je kind lijkt zich sterk aan te passen en laat thuis iets anders zien dan op school.


Geen van deze kenmerken is op zichzelf een bewijs voor hoogbegaafdheid. Andersom betekent het ontbreken van deze kenmerken ook niet dat hoogbegaafdheid uitgesloten is.

Een kind is meer dan zijn cognitieve mogelijkheden

Bij een vermoeden van hoogbegaafdheid ligt de nadruk al snel op intelligentie. Dat is begrijpelijk, maar het is slechts één onderdeel van het verhaal.

Een kind kan bijvoorbeeld cognitief veel aankunnen, maar moeite hebben met plannen, omgaan met frustratie, sociale situaties of het maken van fouten. Andersom kan een kind sociaal en emotioneel heel vaardig zijn, maar op school onvoldoende worden uitgedaagd.

Ook de omgeving speelt een belangrijke rol.

Wat gebeurt er wanneer het onderwijs goed aansluit? Wat gebeurt er wanneer een kind zich juist moet aanpassen? Welke verwachtingen heeft de omgeving? En hoeveel ruimte is er voor nieuwsgierigheid, verdieping, autonomie en een eigen manier van leren?

Daarom kijk ik niet alleen naar de vraag: “Hoe intelligent is dit kind?” maar ook naar: “Hoe ontwikkelt dit kind zich, hoe komt het tot leren en functioneren, en wat heeft het nodig?”

Asynchrone ontwikkeling

Een hoogbegaafd kind ontwikkelt zich niet noodzakelijk op alle gebieden in hetzelfde tempo. Cognitieve ontwikkeling, sociaal-emotionele ontwikkeling, motoriek en praktische vaardigheden kunnen uiteenlopen.

Een kind kan bijvoorbeeld al zeer volwassen redeneren over een ingewikkeld onderwerp, maar nog moeite hebben met het verdragen van teleurstelling. Of een kind kan zelfstandig complexe problemen oplossen, maar in het dagelijks leven nog veel begeleiding nodig hebben.

Dat verschil kan voor kinderen en hun omgeving verwarrend zijn.

Er kunnen hoge verwachtingen ontstaan omdat een kind iets cognitief begrijpt. Maar iets kunnen begrijpen betekent niet automatisch dat een kind het ook kan uitvoeren, reguleren of emotioneel dragen.

Juist daarom vind ik het belangrijk om steeds naar de ontwikkeling als geheel te kijken.

Potentieel is niet hetzelfde als prestatie

Een van de belangrijke vragen bij hoogbegaafdheid is het verschil tussen wat een kind kan en wat een kind laat zien.

Niet ieder kind met grote cognitieve mogelijkheden presteert hoog.

Sommige kinderen passen zich sterk aan. Ze ontdekken bijvoorbeeld dat ze minder opvallen wanneer ze minder laten zien. Andere kinderen raken hun motivatie kwijt wanneer het onderwijs onvoldoende aansluit. Ook perfectionisme, faalangst, onzekerheid of eerdere negatieve ervaringen kunnen ervoor zorgen dat een kind zijn mogelijkheden niet optimaal benut.

Daarom zegt een schoolresultaat niet altijd alles over het cognitieve potentieel van een kind.

Bij onderzoek kijk ik daarom niet alleen naar de uitkomst van een test, maar ook naar de manier waarop een kind tot een antwoord komt, omgaat met nieuwe of moeilijke opdrachten, reageert op fouten en gebruikmaakt van feedback.

Dat geeft waardevolle informatie over het functioneren van een kind.

Hoogbegaafdheid en school

Een passende onderwijsomgeving kan een groot verschil maken.

Wanneer de lesstof te weinig aansluit bij het niveau of de manier van leren van een kind, kan dat leiden tot verveling, frustratie of verlies van motivatie. Maar ook een omgeving waarin voortdurend méér en moeilijker wordt aangeboden, is niet voor ieder kind de oplossing.

Het gaat niet alleen om méér uitdaging, maar om passende uitdaging.

Een kind kan behoefte hebben aan verdieping, complexiteit, autonomie of een andere manier van leren. Een ander kind heeft juist behoefte aan meer structuur, ondersteuning of ruimte om fouten te maken.

Daarom vind ik het belangrijk om bij een advies niet alleen te kijken naar wat een kind cognitief aankan, maar ook naar wat het kind daadwerkelijk nodig heeft om tot leren en ontwikkeling te komen.

Onderzoek naar hoogbegaafdheid

Wanneer er vragen zijn over de cognitieve mogelijkheden van je kind, kan een intelligentieonderzoek helpen om meer inzicht te krijgen.

Bij Praktijk de Boom bied ik IQ-onderzoek aan met de WISC-V of KIQT voor kinderen en jongeren. Het onderzoek brengt verschillende aspecten van het cognitief functioneren in kaart.

De testuitslag vormt daarbij geen losstaand oordeel. Ik kijk naar de resultaten in samenhang met de hulpvraag, de ontwikkeling van je kind, de manier waarop je kind tijdens het onderzoek werkt en de context waarin je kind opgroeit en leert.

Het doel van onderzoek is daarom niet alleen om vast te stellen of een kind een bepaalde IQ-score behaalt, maar om beter te begrijpen wat de resultaten betekenen voor dit specifieke kind.

Wat kan een onderzoek opleveren?

Een onderzoek kan helpen om:

  • De cognitieve mogelijkheden van je kind beter in kaart te brengen;
  • Sterke kanten en mogelijke kwetsbaarheden te herkennen;
  • Verschillen tussen cognitieve mogelijkheden en schoolprestaties beter te begrijpen;
  • Vragen rondom onderpresteren of over- en ondervraging te onderzoeken;
  • Meer zicht te krijgen op wat je kind nodig heeft om tot leren te komen;
  • School beter te kunnen informeren over passende ondersteuning en uitdaging;
  • Richting te geven aan eventuele begeleiding of vervolgstappen.


Soms geeft onderzoek bevestiging aan wat ouders of school al langer vermoeden. Soms ontstaat juist een ander beeld. Ook dat kan waardevolle informatie zijn.

Mijn visie op hoogbegaafdheid

Ik geloof niet in één vast profiel van het hoogbegaafde kind. Niet ieder hoogbegaafd kind is opvallend, perfectionistisch, intens, verbaal sterk of ongelukkig op school. En niet ieder kind dat deze kenmerken laat zien, is hoogbegaafd.

Daarom wil ik voorkomen dat een kind wordt bekeken vanuit een lijstje met kenmerken of vanuit een label.

Tegelijkertijd vind ik het belangrijk om hoogbegaafdheid serieus te nemen wanneer er aanwijzingen voor zijn. Een kind dat zich voortdurend moet aanpassen of onvoldoende wordt uitgedaagd, kan daar op termijn last van krijgen. Maar ook een kind dat cognitief veel aankan, kan behoefte hebben aan ondersteuning op andere ontwikkelingsgebieden.

Mijn uitgangspunt is daarom: Niet het label staat centraal, maar het kind.

De vraag is niet alleen “Is mijn kind hoogbegaafd?”, maar vooral: “Wat vertelt dit onderzoek ons over mijn kind, en wat heeft mijn kind vervolgens nodig?”

Samen kijken naar wat past

Onderzoek naar hoogbegaafdheid is voor mij geen eindpunt. Het is een manier om meer zicht te krijgen op de mogelijkheden, behoeften en ontwikkeling van een kind.

De uitkomsten kunnen helpen bij keuzes rondom onderwijs, uitdaging, begeleiding en de manier waarop je als ouder of professional bij het kind kunt aansluiten.

Soms is vooral meer passende uitdaging nodig. Soms vraagt een kind juist ondersteuning bij perfectionisme, motivatie, emoties of zelfvertrouwen. En soms blijkt dat er naast hoogbegaafdheid andere factoren meespelen die aandacht verdienen.

Juist die brede blik vind ik belangrijk.

Onderzoek naar hoogbegaafdheid in Noordwijk en de Bollenstreek

Praktijk de Boom biedt intelligentieonderzoek voor kinderen en jongeren van 5 t/m 17 jaar in Noordwijk, Katwijk en de Bollenstreek.

Het onderzoek vindt plaats binnen mijn praktijk en wordt afgesloten met een duidelijk verslag en een adviesgesprek. Waar passend kan de uitkomst worden vertaald naar concrete aandachtspunten voor thuis en school.

Wil je onderzoeken of er sprake is van hoogbegaafdheid of wil je beter begrijpen waarom je kind op school of thuis vastloopt?

FAQ / veelgestelde vragen

Hoogbegaafdheid kan zich op verschillende manieren uiten. Een kind kan bijvoorbeeld snel leren, veel behoefte hebben aan uitdaging, sterk geïnteresseerd zijn in bepaalde onderwerpen of opvallend diep nadenken. Ook perfectionisme, een sterk rechtvaardigheidsgevoel, intensiteit of juist terugtrekken en onderpresteren kunnen voorkomen. Deze kenmerken komen echter ook voor bij kinderen die niet hoogbegaafd zijn. Daarom is het belangrijk om altijd naar het kind als geheel te kijken.

Op basis van losse kenmerken of een hoge score op één testonderdeel kun je niet met zekerheid bepalen of een kind hoogbegaafd is. Bij het onderzoeken van  hoogbegaafdheid wordt gekeken naar verschillende cognitieve vaardigheden en naar het bredere functioneren van het kind. Ook de ontwikkeling, leerbehoeften en ervaringen van het kind kunnen hierbij worden meegenomen.

Een onderzoek kan helpen wanneer je merkt dat je kind vastloopt, zich verveelt, onderpresteert of zich anders ontwikkelt dan je op basis van de schoolresultaten zou verwachten. Het kan meer inzicht geven in hoe je kind denkt en leert en in wat het nodig heeft om zich prettig te voelen en zich verder te ontwikkelen.

Ja. Schoolprestaties geven niet altijd een volledig beeld van de cognitieve mogelijkheden van een kind. Een kind kan bijvoorbeeld onderpresteren door verveling, perfectionisme, motivatieproblemen of doordat het onderwijs onvoldoende aansluit bij wat het nodig heeft. Daarom wordt bij een onderzoek niet alleen gekeken naar resultaten, maar naar het bredere cognitieve en persoonlijke functioneren.

Een onderzoek geeft inzicht in de manier waarop je kind denkt en leert, de sterke kanten en eventuele uitdagingen. De uitkomsten kunnen helpen om beter te begrijpen wat je kind nodig heeft en kunnen aanknopingspunten bieden voor begeleiding thuis en op school.

Ja. De uitkomsten en aanbevelingen kunnen helpen om samen met school te kijken naar een passend onderwijsaanbod. Het rapport geeft daarbij niet alleen inzicht in de cognitieve mogelijkheden van je kind, maar ook in wat kan helpen om deze mogelijkheden beter tot hun recht te laten komen.

Nee, er is geen verwijzing van de huisarts of gemeente nodig. Je kunt rechtstreeks contact opnemen om te bespreken waar jullie tegenaan lopen en of een onderzoek passend is.